Jakob Lorber
schrijfknecht van God
Verlangen naar de Heer, spiritualiteit voor deze tijd

Uiterlijke en innerlijke kerk

Mystiek…

Schilderij van het mystiek huwelijk van de heilige Catharina Mystiek is geen geloof apart, wel een specifieke kijk op het geloof en vooral een specifieke uiting en beleving van het geloof. Het groeiend ervaren in zichzelf van het nabij zijn van God, van Zijn onvoorwaardelijke Liefde en zijn voortdurende leiding, laten een God ervaren die niet ver weg is of vanuit een hemel wacht tot wij terug bij Hem aankomen. Dit gevoel is niet eigen aan het Christendom, maar komt ook in andere godsdiensten voor. Bovendien doet dit gevoel de grenzen of verschillen tussen de verschillende (uiterlijke) geloofsovertuigingen vervagen. Daarom ook vindt men lezers van Lorber en andere hedendaagse mystici bij alle christelijke kerken of gezindten. In hun contacten met elkaar, zoals op ontmoetingsdagen of weekends, overstijgen ze ook moeiteloos de eigenheden van hun eigen kerk. Dit is oecumene in de praktijk. Niet de rituelen en ceremoniën, de tradities en gebruiken vormen het wezenlijke. Het zijn slechts hulpmiddelen die weliswaar doeltreffend kunnen zijn als ze aangepast zijn aan de cultuur waarin men leeft, aan tijd en plaats.

Ceremoniën en kerk…

Hulpmiddelen moeten niet overboord gegooid worden, integendeel. “Daar in de wereld alles onder een zekere ceremonie geschiedt, zo kan ook de kerk in haar uiter­lijke vorm heel goed ceremoniën hebben” en verder “Als jullie kinderen worden gegeven, waarmee willen of kunnen jullie deze Mij en Mijn wil beter doen leren kennen dan juist met behulp van het ceremonieel aanschouwelijk maken?!” (Weg tot geestelijke wedergeboorte, p.46)

Foto van een kerk Maar anderzijds drukt Hij de lezer op het hart niet aan ceremoniën verknocht te geraken opdat men na verloop van tijd niet slechts met een lege doos zou achterblijven. “Wie evenwel, zijn innerlijk buiten beschouwing latend, aan de ceremonie blijft hangen die op zichzelf dood is, die zal zelf dood worden, daar hij zo dom was in uiterlijke zintuiglijke mid­delen het doel te zoeken…” (Weg tot geestelijke wedergeboorte, p.46)

Desondanks waarschuwt de Heer om de eigen geloofskerk niet te verlaten. Niet door zijn moederkerk of religie te ver­achten en toe te treden tot een andere kerk of geloof, zal de mens in Gods aanzien stijgen, maar door het Woord van de Heer in zich op te nemen en ernaar te leven. ” … dat een zich afwenden van de kerk straffeloos moet worden geduld. Maar Ik voeg daar aan toe, dat Ik hem met toornige ogen zal aanzien, die zijn aardse geloofsmoeder zal verlaten, …. Want daar de mens toch een lichaam heeft, waardoor de eerste indruk­ken bij de ziel komen en deze voeden, moet er immers ook een uiterlijke spijskamer zijn; dat is de uiterlijke kerk. … Als nu de roomse kerk jullie dat leert, en dat zeer voortreffelijk, wat drijft je dan weg van het lichaam van jullie geloofsmoeder?”. (Weg tot geestelijke wedergeboorte, p. 45)

En ook al is de Heer soms zeer kritisch voor de gang van zaken binnen de kerk, zoals de toen nog erg florerende aflatenhandel, de drang naar uiterlijk vertoon en macht(smisbruik), toch blijft Hij er respect voor vragen:“… veroordeel haar niet want ze heeft vele mooie kinderen voortgebracht”. Ook al is de Kerk niet meer dezelfde als 200 jaar geleden, een goed verstaander zal geen moeite hebben met het begrijpen van die kritiek en zal ook gemakkelijk de nu nog bestaande misvattingen van de kerk doorzien.

Innerlijke kerk…

Foto van een biddende man In de nieuwe openbaringen maken we dus kennis met een bevrijdende visie op de Kerk. Waar het vanuit mystieke invalshoek op aan komt is de innerlijke beleving, de innerlijke kerk. “… alleen moet nie­mand daarin(ceremoniën, de uiterlijke kerk) iets verdienstelijks zoeken dat voor het eeuwi­ge leven zou deugen, want daarvoor helpt niets dan een boetvaardig, deemoedig hart, vol van Mijn liefde en genade. Dat is dan de levende kerk in jullie, in en door welke pas de dode kerk levend en vol diepe zin wordt.” De kern is dus de Liefde. Deze kern kan niet of moeilijk vanuit een louter rationeel denk- en belevingskader begrepen worden. Discussies hierover met gesprekspartners die de werkelijkheid binnen dit verstandsdenken beleven, is dan ook zinloos en leidt tot resp. onbegrip en ontgoocheling. Wederzijds respect voor mekaar beantwoordt dan het best aan de opdracht om lief te hebben.